Op de vrijwilligersavond van 8 april jl. werd er een quiz van spreuken en gezegden georganiseerd door onze dialectenwerkgroep.
Velen verzochten om die quiz ook op de website te publiceren. Bij deze dus....
Door iedereen werd deze avond als bijzonder geslaagd ervaren waarvoor onze dank uiteraard uitgaat naar onze dialectenwerkgroep. CHAPEAU!!
De quiz.....
WAT IS DE JUISTE BETEKENIS?
1. IJ ang te zwiet uit.
a. Hij hangt de vuile was buiten. b. Hij gedraagt zich opschepperig. c. Hij is liever lui dan moe.
2. Waor ge ’t rokt doegut zjêêr.
a. Doe maar, het komt niet zo nauw. b. Je moet mensen geen pijn doen. c. Waar rook is is vuur.
3. IJ ed ut kôôked zjêêpsop uitgevonne.
a. Hij is niet erg snugger. b. Hij is uitvinder van beroep. c. Hij werkt in de chemische industrie.
4. Wij trekke aon utzelfde zêêl.
a. Wij zijn concurrenten van elkaar. b. Ons treft hetzelfde ongeluk. c. Wij klaren het door middel van goede samenwerking.
5. Ge zul gin zâând mir afgaon.
a. Je bevindt je in de polder, in een kleigebied. b. Je hebt ruim voldoende gegeten. c. De wind is volledig gaan liggen.
6. IJ ziet meej zun wôôre ien zun nek.
a. Hij is erg terneergeslagen. b. Hij houdt met niemand rekening. c. Hij is erg oplettend.
7. Dur val vôlligèd meej.
a. Er valt wat lichte sneeuw. b. Tijdens een ruzie maakt men elkaar wederzijds verwijten. c. Bij de oogst haalt men ook onkruid van het land.
8. Ge vlagt!
a. Je hebt wat te vieren! b. Je bent wel erg trots op je vaderland! c. Je onderjurk komt onder je rok uit.
9. Z’emme de velle gad.
a. Ze hebben verloren met voetballen. b. Ze hebben de pelzen gekregen om er bont van te maken. c. Ze hebben de huiden gekregen om er leer van te maken.
10. Oew èège n’uit laote trekke.
a. Je medisch laten behandelen vanwege je geringe lichaamslengte. b. Je laten fotograferen. c. Hulp inroepen wanneer je je hebt vastgereden.
11. Da’s un uilenaai.
a. Dat stel niets voor, dat is een mislukking. b. Dat is iets zeldzaam moois en kostbaars. c. Dat is een appeltje voor de dorst.
12. Trappiestebiefstuk.
a. Bruine bonen. b. Vlees dat afkomstig is uit een kloosterboerderij. c. Bier dat in een klooster is gebrouwen.
13. IJ gao van zunne suus.
a. Hij gelooft niet meer. b. Hij vraagt echtscheiding aan. c. Hij valt flauw.
14. IJ stao d’op stouwe.
a. Hij wil nu eindelijk wel eens wat meer dan alleen haar handje vasthouden. b. Hij staat op het punt zijn vee binnen te halen voor de winter. c. Hij verliest zijn geduld in de file.
15. IJ wit van gin out pèèle maoke.
a. Hij zit met de handen in het haar, hij is wanhopig. b. Hij is bijzonder onhandig. c. Hij is zeker niet geschikt om timmerman te worden.
16. Motte gaon ôôie?
a. Moet je de boer gaan helpen met zijn schapen? b. Wat heb je toch een haast! c. Ben je uitgenodigd voor een feest?
17. IJ nep t’um.
a. Hij houdt hem voor de gek. b. Hij geeft hem een klap. c. Hij is bang, bevreesd.
18. IJ ies ur jinne van ’t aachterste môôzegat.
a. Hij woont erg achteraf. b. Hij is een simpele mens, weinig in tel. c. Hij komt van erg ver weg.
19. Lwôôpe de spazzies al?
a. Komen de asperges al uit de grond? b. Kunnen de kinderen al lopen? c. Groeien de perziken al aan de boom?
20. G’è tur un wôôp meej lwôôpmartjes meej.
a. Je hebt daardoor heel wat zaakjes te regelen. b. Je houdt ervan je boodschappen te voet te doen. c. Je hebt een zeer uitgebreide kennissenkring.
21. IJ maauw te niestels uit oew schoene.
a. De poes doet niets dan miauwen. b. Hij weet je steeds weer over te halen om iets voor hem te doen. c. Hij is een enorme kletsmajoor.
22. IJ kom luie.
a. Hij komt informatie inwinnen. b. Hij komt een (fijne of droeve) boodschap overbrengen. c. Hij komt de stilte verstoren.
23. Iek gaon nor ut laokestrotje.
a. Ik ga naar bed. b. Ik ga uit en hoop een afspraakje te kunnen maken met een leuke partner. c. Ik heb erg veel verdriet, zodat ik aan een zakdoek voor al mijn tranen niet genoeg heb.
24. IJ kan dur un lââmpeglas.
a. Hij is erg lenig. b. Hij is erg mager. c. Hij kan verdienstelijk goochelen.
25. Da d’ies kwaojkrèègs.
a. Dat heb je van iemand losgepeuterd door kwaad te worden. b. Zo’n cadeau kun je beter niet krijgen. c. Dat is moeilijk verkrijgbaar, dat is haast niet te krijgen.
26. Krèète Sôôfie!
a. Vrouwen kunnen niet biljarten. b. Uitroep wanneer men iemand een wind hoort laten. c. Een vrouw aansporen om harder door te werken.
27. Die motte kört aon de lent ouwe.
a. Die moet je niet te veel vrijheid geven. b. Die groenten moet je dicht bij elkaar planten. c. Die plantjes moet je al jong oogsten.
28. Ut kot was te klèèn.
a. Er werd flink ruzie gemaakt. b. Het gezin kampte met ruimtegebrek. c. Er zaten te veel dieren in één hok.
29. Da sal oew kôôntje nogal vaore.
a. Dat wordt een aangename bootreis. b. Dat zal erg wennen zijn voor je. c. Dat wordt een lange zit voor je.
30. Op de suikere koeke gaon.
a. Naar een bruiloftsfeest gaan. b. Naar en begrafenis gaan. c. Op kraamvisite gaan.
31. Iek gruui as ‘ne koejstèèrt.
a. Ik groei erg snel. b. Ik word snel lang en smal. c. Ik krimp vanwege mijn leeftijd.
32. Kiet speule.
a. Geen winst en geen verlies maken. b. Een bepaald hinkelspelletje doen. c. Een spel met kaatsballen spelen.
33. IJ doe zun kemuunie nogal.
a. Hij doet zich flink tegoed aan eten, drinken of andere genoegens. b. Hij gaat vaak naar de kerk. c. Hij maakt oprechte excuses.
34. IJ ies ut kaokelnesje.
a. Hij is erg luidruchtig. b. Hij is erg huiselijk ingesteld. c. Hij is het jongste kind, een nakomertje.
35. Z’ange n’ien ’t kaske.
a. Dat stel is weer eens onvindbaar. b. Het huwelijk van dat stel is officieel aangekondigd. c. Je weet toch waar je die kledingstukken kunt vinden.
36. IJ rij meej un zwaore kaar.
a. Hij vervoert zware goederen. b. Hij is erg pessimistisch ingesteld. c. Hij werkt vele uren per week.
37. Da’s van jinne pas.
a. Dat gebeurt voortdurend, telkens weer. b. Dat is al heel snel tot stand gekomen. c. Dat is erg dichtbij.
38. IJ è gedaon gad.
a. Hij heeft het goed voor elkaar. b. Hij is ontslagen. c. Hij heeft een uitstekende prestatie geleverd.
39. D’errepels komme n’uit.
a. De aardappelen liggen in de kelder te kiemen. b. Van de aardappelen heeft men friet gebakken. c. Je hebt een flink gat in je sok.
40. Emmeke rok mun gatje nie.
a. Een verwaand iemand. b. Iemand die snel op de teentjes is getrapt (iemand met een kort lontje). c. Iemand die altijd uiterst voorzichtig is.
41. Da’s gin êêvegêêlie.
a. Een tekst uit het Oude Testament. b. Dat is niet zeker, dat staat niet vast. c. Dat is taal die men in de kerk nooit zal bezigen.
42. Da d’ies un duuveldoedal.
a. Die persoon doet steeds slechte dingen. b. Die persoon boezemt anderen angst in. c. Die persoon heeft overal verstand van en kan erg veel.
43. IJ ies meej ut dienk op dun ol.
a. Hij is niet goed bij zijn hoofd. b. Hij is er met een meisje vandoor gegaan. c. Hij heeft iets gestolen.
44. Daor krèède draod van.
a. Dat is vermoeiend. b. Dat wordt steeds langer en dunner. c. Daar maak je winst mee.
45. Ze stao d’op alle dag.
a. Ze heeft een overeenkomst voor zeven dagen per week. b. Ze kan elk moment bevallen. c. Ze stelt erg hoge eisen.
46. Un bedorreve dââns.
a. Een dans die uit de mode is. b. Een gerecht dat te lang in de koelkast heeft gestaan. c. Een verwend kind.
47. Vur de blakke komme.
a. Te voorschijn komen. b. Winnen met kaarten. c. Op het matje moeten komen, je moeten verantwoorden.
48. Edde ze wir geblaojerd?
a. Heb je weer in de boeken zitten snuffelen? b. Heb je haar weer kunnen verleiden? c. Heb je weer flink geld verdiend?
49. Die è zun beltje bij.
a. Die is niet op zijn mondje gevallen. b. Die maakt alles kapot. c. Die staat bekend als gewelddadig.
50. Un pèèr têêge n’oewe n’appel.
a. Fruit eten is gezond. b. Jij eet allerlei soorten fruit door elkaar. c. Een klap tegen je hoofd.
51. IJ gao nie af vur elluf uure.
a. Hij houdt van lekker lang uitslapen. b. Hij is erg gierig. c. Hij heeft problemen met zijn stoelgang.
52. Da doen iek meej ut aachterènd van de keuj.
a. Dat doe ik met een stomp voorwerp. b. Dat kost me geen moeite. c. Dat doe ik altijd verkeerd.
VEEL SUCCES!!!
(de antwoorden treft U aan onder het menu Evenementen - 2010 - 20100408 Vrijwilligersavond Antwoorden. Hier vindt U tevens een foto-impressie aan van die avond) |