Het is koud de laatste dagen van 2008. Mijn oude buurman is alleen achter het raam van zijn huisje te zien. Met dit weer komt hij niet buiten. Elke dag loop ik even binnen om te vragen of hij wellicht boodschappen nodig heeft. Zo ook vandaag. “Alleen geld eb ik nodig” zegt Jan verbeten. “want in ons dörpke en in den Haag gooien ze ’t meej bakken weg en pakken ’t sebiet terug bij de burgers. Dienk alleen mar aan de prèès van ons aardgas. Die-gaot meej meer dan 10 percent naor boven in 2009. Da-mag nie, hé? Want den prèès van ons aardgas is gekoppeld aan den prèès van den olie en die is de leste maonde meej meer dan 100 dollar per vat omlaog gegaon. Witte, da’s mar liefst 75 percent lager!” Even zucht Jan. “We worre bedonderd!” zegt hij wijzend op de Woensdrechtse Bode die opengevouwen op zijn keukentafel ligt. “Zelfs wet’ouwer Groffen misleidt ons meej een sprookske.” Woedend is Jan. Omdat hij van zijn AOW een steeds groter deel aan vaste lasten moet betalen, voor gas en elektriciteit. “Gas da-al jaore dör dezelfde buizen naor onze dörpkes komt, gelijk elektriek dör onveranderde kabels. Mar de polletiek mot steeds meer geld ebbe hé, Geld wa-da-ze, zonder enige schaamte , steeds astrâânter uit onze zakken kloppe. Lees mar!”Tot mijn verbazing lees ik een citaat van Martin Groffen: ‘De gasleverancier moet weer wat spek op de botten krijgen.’
Lees meer...
|
Het is vrijdagavond. Opgewonden komt Jan onze keuken binnen. “Ik was bezig m’n geiten en kippen in hun nachtkot te sluiten” zegt hij. “Mar motte nou eens komme kèèke en löstere!” Ik weet direct waar mijn oude buurman op doelt. De BASF. Ik had het al tot in huis gehoord. Er is weer eens storing in de steamcracker. De zoveelste op rij binnen een jaar. Met zoals gebruikelijk buitensporige fakkelactiviteit en allesoverheersende geluidsoverlast. Rond 17.00 uur is het deze keer begonnen. Ongetwijfeld wordt ook deze storing weer van een standaard persbericht voorzien, met excuses aan de omwonenden voor de onvoorziene overlast en de melding dat men zijn uiterste best doet om de storing zo snel mogelijk te verhelpen.
Jan reageert laaiend. “Uitgerekend in deze donkere dagen vör Kerst. Nou mot ’t doodstil zèèn, hé? Nou motte elke ster aan den‘emel kunnen zien oplichten. Zeker de Kerstster. Mar neeje, diene verdomde Bulderende Altijd Storende Fakkelfabriek mot onze kwaliteit van leven weer verpesten!” Jan is niet de enige die zich mateloos ergert. Sinds vorig jaar oktober is het gemiddeld elke twee maanden raak. Het ergste is dat de (Europese) overheid de BASF geen sancties oplegt of aanzegt. Eén incidentele storing mag gebeuren. De uitzonderlijk hoge storingfrequentie die BASF binnen een jaar realiseert niet. Zeker niet als je zoals deze chemiereus, duurzaam zegt te willen ondernemen en gebruik te maken van BBT, de afkorting voor Best Beschikbare Technologie. Lees meer...
| “Hedde-gij ons wielermonument al gezien op den rotonde? Ge wit wel, die stukken staal waor-da-ze 30 duzend euro gemeenschapsgeld aon gespendeerd ebbe?” Ik zeg dat ik slechts een vage foto in de krant heb gezien, met drie onthullende wethouders. “Ja, ja” zegt Jan. “We leven in een wielrendörp, hé? Nie in een dörpke waor burgers leven om vör te zörgen. Neej, ze zette onze gemeente liever op de kaort as wielrennersdörp. Vör 10-duzenden Vlamingen, die ier nie wonen! As ge dienkt da-we d’r na ’t leste weekend van de kommende januari vanaf zèèn, da hedde ’t mis. Want nou ebbe ze ook den Tour de France nog in ’t vizier. Die komt in 2010 dör Wôôgeraaje. Hedde geleze da-ze zich nou al druk maoke over de TV beelden van de helikopsters as ze over ons dörp vliege? Ze wille zelfs logo’s in het gras maaien en zaaien, zoda die helikopsters, Wôôsdrecht wielergemeente, via TV beelden motte benadrukken.”
Lees meer...
|
| “Moet je Jan bezig zien!” zegt mijn vrouw, terwijl ze door het raam naar buiten kijkt. Nieuwsgierig kom ik bij haar staan. Onze oude buurman heeft een ladder tegen een hoge appelboom gezet en is doende heksenbezems te verwijderen. Ik vrees dat hij lijmtakken gaat maken. Om lijsters te vangen, zoals ‘s winters in zijn jeugd. Heksenbezems zijn beter bekend als maretakken, mistletoe of viscum album. De maretak heet in de volksmond ook wel vogellijm. Een naam die de plant dankt aan vroeger, toen men takken van bomen en struiken insmeerde met de plakkende lijm van witte maretakbessen. Zo maakte ook Jan ooit zijn lijmstokken. Hij heeft me hier vaak over verteld. De bessen van de maretak zijn met name geliefd bij lijsters, vooral bij de grote lijster en de kramsvogel. Het vlees van zulke vogels was voor de 2e wereldoorlog een gebruikelijke gratis maaltijd, als ‘losse knechten’ zonder werk thuis zaten. Lees meer...
| Het is een sombere middag met veel wolken en buien. Jan is komen buurten en we kijken TV. Dat wil zeggen, we kijken naar door mij opgenomen beelden van omroep Zeeland. Enkele dorpsplatforms in Zeeuws-Vlaanderen roeren de trom. Ze zijn diep ongelukkig met de lokale, provinciale en landelijke overheid. Een woordvoerder vertelt dat ‘ze alles maar doordrukken. Ons wordt niets gevraagd en met ons wordt absoluut geen rekening gehouden.” We horen diverse voorbeelden noemen. Hun dorpen worden aangetast met nieuwbouw, wegen, bedrijfsterreinen en andere uitbreidingen. Hun polders worden ontpolderd of ontsierd door hoogspanningsmasten. Bovendien vinden ze het oneerlijk dat ze tol moeten betalen. Voor een tunnel die ze niet wilden. Een tunnel die wanneer deze in Amsterdam had gelegen gegarandeerd tolvrij zou zijn. Jan knikt instemmend bij het zien en horen van deze beelden. “Ja, ja, da’s zeker!” zegt hij. “Ge leest en hoort da-steeds meer. De mêêse voelen zich vaker een nummer. Een nummer da-totaal monddood wor beschouwd. Zie mar in de krant!” Jan wijst me op een artikel over de houtkap in de bossen van de Staartse Duinen. Lees meer...
|
|