Deze teksten dienen gelezen te worden als een column èn zijn een 'vertaling' van de borrel- en kassa praatjes in onze gemeente. Ze dienen NIET gezien te worden als een weergave van de mening van de heemkundekring zelf! ~~~~~~~~~~~~ Het is optimaal zomer, ruim 30 graden. Ik ben loom in de tuin wat aan het rommelen als Jan, leunend over onze schutting, komt buurten. Gewoontegetrouw vraag ik hoe het met hem is. “Nie goed.” zegt hij enigszins moeizaam sprekend. Verschrikt kijk ik op. Jan vertelt – amper verstaanbaar – dat hij knallende hoofdpijn heeft en duizelig is. Ook zijn linker arm weegt zwaar. Komt het door de hitte? Ik ben er niet gerust op, maar ik wil mijn oude buurman niet bang maken. “Je kunt beter ondanks dit mooie zomerweer wat gaan rusten in de koelte van je huisje. Ik kom dan zo meteen bij je langs voor een praatje” zeg ik. “Ja” zegt Jan met een zwakke stem. “Ik voel me niksnie-goe vandaog. Ik ga inderdaod mar een bietje in m’n ‘uiske zitte.” Als Jan moeizaam terugschuifelt naar zijn huisje, beëindig ik mijn werkzaamheden. Ik sein mijn vrouw in en amper 15 minuten later, zoek ik mijn oude buurman op.
Zodra ik zijn woonkamer binnen stap, besef ik dat het foute boel is. Zijn gezicht trekt scheef weg en hij hangt weggezakt in zijn stoel. Ik spring op hem af en probeer hem aan te spreken. Dat lukt niet of nauwelijks. Hij hoort me wel, maar reageert amper. Zijn rechter arm en been lijken verlamd. Hulpeloos en angstig kijkt hij me aan. Ik bel direct zijn huisarts en vertel mijn bevindingen en vermoeden van een acute beroerte. De dokter begrijpt de situatie en is binnen 5 minuten ter plaatse. Hij constateert een CVA. Terwijl de arts een ambulance regelt, bel ik via mijn GSM met Jan zijn zus. Zij belooft snel te komen, samen met haar zoon. Deze ‘oomzegger’ komt regelmatig bij Jan op bezoek, uit interesse en vanwege de mantelzorg die hij voor zijn oom verricht. Vanaf dat moment verloopt alles gevoelsmatig binnen een paar minuten, maar in werkelijkheid duurt het zeker drie kwartier. De ambulance is snel ter plekke en de broeders leggen Jan behoedzaam op een brancard.
In overleg met de zorgverleners beloof ik in Jan zijn huisje te blijven, tot diens zus en neef hier zijn. Aangeslagen kijk ik de ambulance na, wanneer deze onze straat uit rijdt. Ik was me er altijd van bewust, dat dit op een dag zou kunnen gebeuren. Maar mijn oude buurman was zo opgewekt, vitaal en bij de tijd, dat ik dat gevoel steeds wegdrukte. Onze immer boeiende gesprekken over vroeger en Jan zijn beschouwingen op de actualiteit in onze Zuidwesthoek, maakten mijn oude buurman vrijwel dagelijks tot een enerverende ervaring. Als zijn zus en haar zoon arriveren, vertel ik wat er gebeurd is. Ze willen direct naar het ziekenhuis. Ik beloof op Jan zijn huisje te passen en de kippen en de geiten te verzorgen. Ze knikken dankbaar en verlaten geëmotioneerd zijn oeroude woning. In gedachten verzonken ruim ik nog wat op. Wanneer ik tenslotte de oude buitendeur op slot draai, ben ik hevig vertwijfeld. Is dit het einde van onze jarenlange relatie? Van onze dagelijkse buurpraatjes, over de toestand in de Zuidwesthoek? De zomerhitte voelt drukkend aan. Terug thuis bespreek ik met m’n vrouw mijn angst om mijn oude buurman. Angst die amper drie kwartier later gegrond blijkt te zijn, als Jan zijn zus ons opbelt vanuit het ziekenhuis. “M’n broer is dood” zegt ze huilend. Ik luister zwijgend en hang vervolgens als verdoofd op. Onze dagelijkse gesprekken over vroeger en nu, zijn abrupt voorgoed tot een einde gekomen.
Corné Brugman [Red.] Corné Brugman heeft aangegeven dat hij door tijdsgebrek, helaas het besluit heeft moeten nemen om te stoppen met deze reeks columns. Wij respecteren dat èn willen hem bedanken voor zijn inzet om jaren lang, elke week weer, een column aan te leveren. Corné BEDANKT!!
De eerstvolgende evenementen:
|