Toen en Nu in de Gazet 20: De grens in Putte

Onderstaande foto staat in de Gazet voor Bergen op Zoom e.o.    Toen en Nu Hoogerheide button
van 25 november. Het is de bedoeling dat er om de week een foto uit onze Toen en Nu series geplaatst wordt. Deze combifoto’s zijn te vinden in het album Toen en Nu.
Om dit album te openen, kun je hiernaast klikken op ‘Fotoalbums’ of op de thumbnail hier rechts.

(Klik op de foto’s om te vergroten)

Toen en Nu Putte10 - kopie

          Putte 10b - kopie

De grens in Putte met op de hoek café Peeters en op de achtergrond de kerk, die in 1940 door de terugtrekkende Franse troepen in brand werd gestoken.  De toren werd daarbij  opgeblazen. Ook bij de grens werd veel verwoest. Vooral door de dynamietputten die door de Belgen tot ontploffing waren gebracht. Eerder hadden zij de kerk aan Belgische zijde laten springen om de Duitse vliegers hun richtpunt te ontnemen.

putte-0321

Zie ook het verhaal “De grens in de meidagen van 1940” aan het eind van dit artikel.

Café Peeters werd nog in oorlogstijd herbouwd, maar nu meer naar links. De grenspaal verhuisde ook naar de linkerkant. De straatnamen Dorpsstraat, Rusland en Leempad zijn veranderd in Antwerpsestraat, Grensstraat en Canadalaan.

Foto’s uit de periode 1900 – 1914

Op onderstaande foto uit 1906 is de grenspaal rechts goed te zien.

putte-0105

Er zijn veel foto’s gemaakt vanaf ongeveer hetzelfde standpunt.

Putte 9a          putte-0126

          putte-0132

Op onderstaande foto links kijken we vanuit Nederland naar België. Op de rechter foto is dat andersom met op de achtergrond de grens

putte-0186        putte-0173

Tijdens de eerste wereldoorlog was de grens met België “hermetisch” afgesloten.

putte-0169

 

Foto’s na 1914.

Onderstaande foto is weer van latere tijd. Aan de andere zijde van grens is ook het kantoor van de Nederlandse douane te zien en het café van Peeters.

Toen en Nu Putte13

We kijken van België naar Nederland:

putte-0102       putte-0315 - kopie

Aan de andere kant van de grens in Nederland café Peeters. Rechts douanier J.C. Peeters. Met de fiets Nellie Wouters. De man met de hoed links is C.J. Leijs, oud gemeentesecretaris van Putte-Nederland. Ca 1930

We kijken richting België:

Het is voor de oorlog. De mannen rechts staan voor het café van Peeters. Dit werd in 1940
door de Fransen verwoest, toen de grensovergang werd opgeblazen. In 1942 werd het meer naar achteren herbouwd, zoals op de volgende foto te zien is. Die is van omstreeks 1950.

putte-0114

Het Nederlandse douanekantoor.

putte-0104         putte-0316

putte-0175

 putte-0041        putte-0030

putte-0160         putte-0161

putte-0023         putte-0307 - kopie

Sinds 1843 markeren 388 grenspalen de 450 km lange grens tussen Nederland en België.
Gerekend vanaf no. 1 in Vaals staat in Putte no. 257.

Putte 9b

DE GRENS IN DE MEIDAGEN VAN 1940

De gegevens voor dit verhaal zijn ontleend aan een artikel in Tijding 1994-2 door Jeannette van de Berg-Buijs. Zij baseerde dit artikel op het dagboek van G. Middag. Hij was in pension in hotel Cosmopolite van de familie Van de Giesen.

De landsgrens in Putte loopt midden over straat. Aan de ene kant van de straat lag het Leempad, dat nu Canadalaan heet en aan de andere kant was het Rusland, nu Grensstraat geheten. Midden over de weg was een prikkeldraadversperring aangebracht. Begin mei was er onrust bij de grens.Nederland was neutraal, maar kon men de Duitsers vertrouwen? Op Belgisch gebied van Putte had men, dicht bij de grens, putten gegraven en gevuld met dynamiet. Er was ook een antitankkanaal met de naam De Vaart. België had tevens een grote troepenmacht bij het Albertkanaal liggen.

Vrijdag 10 mei
In de vroege morgen van 10 mei waren er luchtgevechten tussen Belgische en Duitse vliegtuigen. Nederland had de hulp van Frankrijk en Engeland ingeroepen. en tegen 6 uur ’s avonds kwam de eerste Franse motor met zijspan hier aan. De berijders werden toegejuicht, kregen koffie aan de grens en reden toen door richting Bergen op Zoom. Later in de avond kwamen de eerste Franse troepen aan met autobussen. De mensen stonden langs de straat en riepen “Vive la France”. ’s Avonds moest er verduisterd worden en ’s nachts klonk nog het Belgisch luchtafweer.

Zaterdag 11 mei
Meer Duitse vliegtuigen vlogen laag over en schoten op alles wat bewoog. Het was gevaarlijk buiten. Ze zochten naar het Belgische afweergeschut en militaire stellingen. De mensen hadden hier en daar schuilkelders gemaakt voor dekking en verbleven daarin. Door de straten trokken de Franse troepen te voet en in autobussen. Vele Nederlanders die in België verbleven en door de oorlog waren verrast, probeerden nog hun woonplaats te bereiken. Zij kwamen te voet naar de bus in Nederland, want de Belgische tram reed maar tot aan het verdedigingskanaal De Vaart bij de Driehoek. De bevolking probeerde nog iets te verdienen door het dragen van de koffers van deze mensen.
Omdat er veel Franse troepen passeerden, werd het Duitse vliegverkeer ook intensiever. Kwamen zij aanvliegen dan hoorde je roepen “Dekken!  Dekken!”. Ook hoorde je het toetertje van de luchtbeschermingsdienst, want een sirene hadden we nog niet. Een lid van de luchtbeschermingsdienst was hiervoor aangewezen. Hij reed al toeterend met zijn fiets door het dorp, maar voor hij rond geweest was, was het vliegtuig al lang verdwenen.

Zondag 12 mei (Eerste Pinksterdag)
’s Morgens was het zeer rustig. We dachten dat we weer op straat konden gaan. Afdelingen van de Marechaussees kwamen uit de Peel terug en trokken voorbij. Toen kwamen de Duitsers weer met vliegtuigen zeer laag overvliegen. Zij beschoten de bussen met Franse soldaten. Er trokken ook Franse soldaten, die er zeer vermoeid uitzagen door het dorp. De Duitsers gooiden bommen af. Iedereen zat weggedoken in huizen en kelders en kwam even te voorschijn  als er een kleine pauze was. ’s Avonds deed het gerucht de ronde dat men de dynamietputten op Belgisch grondgebied zou laten springen. Iedereen die in de buurt woonde, pakte de koffers en trok weg, maar er gebeurde niets.

Maandag 13 mei (Tweede Pinksterdag)
In de afgelopen nacht is er weer vrij veel geschoten door het luchtdoelgeschut. Duitsers rukten op, de Fransen trokken terug. De Nederlandse militairen die aan de grens in Putte lagen, maakten zich klaar om te vertrekken richting Antwerpen. Later kwamen de Fransen weer opzetten. In de voormiddag kwam het bevel dat Belgisch Putte moest worden ontruimd. Nauwelijks waren de mensen weg of de huizen werden door de Franse soldaten geplunderd. Vooral drank was gewild. Op de middag werden we gewaarschuwd dat de Belgen hun kerk zouden laten springen, om de Duitse vliegers hun richtpunt te ontnemen. De Fransen wilden met de Hollandse kerk hetzelfde doen, maar dat ging niet door.

putte-0341

De opgeblazen Belgische kerk in Putte.

Dinsdag 14 mei
Ook wij moeten vluchten. Om vijf uur was het bevel aan de burgemeester gegeven en om acht uur aan de bevolking bekend gemaakt. Het bevel kwam van Franse officieren. Pol Peeters zou om half zes vertrekken. De familie Van de Giesen en de heer Middag konden met hem mee. Nog drie wagens vertrokken, bestuurd door F. van Beeck, C. Ceelen en Hoendervangers. Zij moesten omrijden over Berendrecht, want de weg naar Antwerpen was bij de Vaart afgesloten. De Putse vluchtelingen gingen richting St. Niklaas en onderweg wachtten zij op de andere drie wagens die uit Putte vertrokken waren. Op de wagen van F. van Beeck zat de burgemeester met zijn gezin en de commandant luchtbescherming. Hoewel zij aanvankelijk hadden afgesproken in Vlaanderen te blijven, werd besloten om naar de Franse grens te rijden. F. van Beeck zou de anderen naar Zeeuws Vlaanderen brengen en dan proberen terug te rijden, om nog meer mensen op te halen. De andere drie reden naar Moeskroen en zijn daarna doorgereden tot aan St. Omar in Frankrijk. De familie Van de Giesen en de heer Middag zijn tot 3 juni in St. Omar gebleven en daarna per fiets op 6 juni teruggekomen. Enkele wagens zijn nog tot Toulouse gereden.
De meeste mensen zijn met pastoor Wolters naar Merksem gegaan, waar ze in een school verbleven. Na drie dagen mochten enkele mensen terug om het vee te verzorgen. Toen zij ’s avonds terugkeerden in Merksem, vertelden zij hoe zij Putte hadden teruggevonden. Er was een groot gat geslagen bij de grens door de dynamietputten die de Belgen hadden laten springen. Alle huizen aan de grens waren verwoest en alle andere huizen hadden veel schade en waren geplunderd. De Hollandse kerk was in brand gestoken en de toren opgeblazen door de Franse soldaten.
Na acht tot tien dagen mochten de mensen weer naar huis. Teruggekomen werd met man en macht het grote gat gedicht en ging men puin ruimen en de verwoeste huizen afbreken. De meeste huizen zijn in 1941 weer opgebouwd en de beschadigde huizen opgeknapt.

Dit bericht is geplaatst in 2015, Toen en Nu in de Gazet, Werkgroep. Bookmark de permalink.